ECLI:NL:HR:1995:AA1662
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingaanslag na overdracht declarabele uren fysiotherapeut
Belanghebbende, een fysiotherapeut, verrichtte werkzaamheden in een fysiotherapeutenpraktijk en kreeg na een bindend advies van een geschillencommissie het recht op 30 declarabele uren per week toegekend door het Ziekenfonds. Deze uren werden later door belanghebbende voor een koopprijs van ƒ 46.000,-- aan een derde overgedragen. Het hof had geoordeeld dat het voordeel uit deze overdracht niet als inkomen uit arbeid kon worden beschouwd bij het sluiten van de overeenkomst met het ziekenfonds, waardoor de aanslag werd verminderd.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het voordeel pas is genoten op het moment van overdracht van de declarabele uren en dat dit voordeel als inkomen uit arbeid in de zin van artikel 22, lid 1, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet worden aangemerkt. Het hof heeft ten onrechte aangenomen dat het voordeel reeds bij het sluiten van de overeenkomst was genoten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en bevestigt de aanslag van de Inspecteur. Er worden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de Hoge Raad op 24 juli 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag inkomstenbelasting en vernietigt het arrest van het hof.