ECLI:NL:HR:1995:AA1664
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag inkomstenbelasting 1990 ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd, maar zonder toepassing van een invorderingsvrijstelling. Het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en paste een invorderingsvrijstelling toe, waardoor de aanslag aanzienlijk werd verlaagd.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak van het Hof. De kern van het geschil betrof de vraag of investeringsbijdragen in aanmerking moesten worden genomen bij de berekening van de invorderingsvrijstelling volgens artikel 65 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof had het gelijkheidsbeginsel als grondslag gebruikt om de aanslag te verminderen, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarbij een vergelijkbare situatie werd beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof onvoldoende feiten had gesteld om het beroep op het gelijkheidsbeginsel te rechtvaardigen en dat het enkele niet-opkomen van de belastingadministratie tegen een eerdere uitspraak niet volstaat.
De Hoge Raad bevestigde daarom de aanslag van de Inspecteur en vernietigde het arrest van het Hof, met uitzondering van de beslissing omtrent het griffierecht. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat het door de Staatssecretaris betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1990 zoals vastgesteld door de Inspecteur en vernietigt het arrest van het Hof.