ECLI:NL:HR:1995:AA1669
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over fiscale eenheid en aannemingsovereenkomst vennootschapsbelasting 1989
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad kreeg het cassatieberoep van belanghebbende voor zich.
Het geschil betrof de vraag of vóór 29 februari 1988 een aannemingsovereenkomst was gesloten tussen A B.V. en B voor de bouw van een bedrijfshal en kantoor, en of daardoor verplichtingen waren aangegaan die relevant waren voor de fiscale eenheid en belastingheffing.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat geen schriftelijke aanvaarding of aanvang van de werkzaamheden had plaatsgevonden, mede omdat de wederpartij zich op algemene voorwaarden beriep die niet aan de opdrachtgever konden tegenwerpen dat verplichtingen niet waren aangegaan.
De verklaring van B van 18 mei 1990, waarin de opdracht van 26 februari 1988 werd bevestigd, had het Hof niet mogen negeren of slechts veronderstellenderwijs mogen aanvaarden. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende en stelt haar in de gelegenheid zich uit te laten over proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.