ECLI:NL:HR:1995:AA1678
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AOW-uitkering als inkomsten uit arbeid voor belastingheffing
Belanghebbende, een gepensioneerde die een AOW-uitkering ontving, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1990. Na bezwaar en beroep bij het Hof, waarbij het Hof de aanslag bevestigde, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kernvraag was of de AOW-uitkering moest worden aangemerkt als inkomsten uit arbeid in de zin van artikel 36 lid 1 onderdeel Pro b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof had dit bevestigd, en de Hoge Raad sluit zich hierbij aan. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen die AOW-uitkeringen voor de loonbelasting als loon uit vroegere dienstbetrekking kwalificeren.
De Hoge Raad benadrukt dat het begrip inkomsten uit arbeid ook inkomsten uit vroegere arbeid omvat, zoals pensioenen, en dat dit ook geldt voor AOW-uitkeringen. Hierdoor zijn de regels omtrent aftrekbare kosten op deze inkomsten van toepassing. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de AOW-uitkering wordt aangemerkt als inkomsten uit arbeid voor belastingheffing.