ECLI:NL:HR:1995:AA1918
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 40.039,--. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 41.989,-- en een verhoging van 100%, later deels kwijtgescholden tot 50%. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de verhoging verminderde omdat het opzet ontbrak.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Het geschil betrof het niet opgegeven bedrag aan rente van ƒ 3.393,-- in de aangifte. Het Hof oordeelde dat belanghebbende kon aannemen dat de Belastingdienst de benodigde informatie via de bank ontving en dat het opzet niet gericht was op het ontduiken van belasting.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat de waardering van de bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk was. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen. Er werden geen proceskosten aan de Staatssecretaris opgelegd, behalve een griffierecht van ƒ 150,--.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam blijft in stand.