ECLI:NL:HR:1995:AA3063
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten vennootschapsbelasting navorderingsaanslag 1986
De besloten vennootschap X B.V. verzocht de Hoge Raad om de wederpartij, de Staatssecretaris van Financiën, te veroordelen in de kosten van het geding betreffende de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1986.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van het procesdossier, de verstrekte gegevens en het Besluit fiscale procedures. Daarbij werd overwogen dat voor de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het cassatieberoep, een beslissing kon worden genomen.
Met betrekking tot de kosten van het geding voor het hof werd geoordeeld dat, omdat dat geding vóór 1 januari 1994 was beëindigd, geen veroordeling van de Staatssecretaris in die kosten in cassatie mogelijk was.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van de proceskosten in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ƒ 1.420,-- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Bellaart, De Moor, C.H.M. Jansen en Van der Putt-Lauwers op 8 maart 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van ƒ 1.420,-- aan proceskosten in cassatie aan de zijde van X B.V.