ECLI:NL:HR:1995:AA3064
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid predikantswerkkleding als werkkleding
Belanghebbende, een predikant van een Gereformeerde Kerk, had in zijn aangifte voor het jaar 1990 een bedrag van ƒ 590,-- opgevoerd als aftrekbare kosten voor een zwart pak, zwarte schoenen en een zwarte overjas. Het Gerechtshof Arnhem had de aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen verminderd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 81.283,--, waarbij het hof oordeelde dat de kleding als werkkleding in de zin van artikel 36, lid 1, letter f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moest worden beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de kleding, hoewel ook buiten het ambt gedragen, niet geschikt is voor normaal dagelijks gebruik en daarmee vergelijkbaar is met een rokkostuum dat als werkkleding wordt aangemerkt. Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën werd verworpen.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en legde een griffierecht van ƒ 150,-- op aan de Staatssecretaris. Het arrest werd op 8 maart 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de zwarte kleding van de predikant als werkkleding kwalificeert en wijst het cassatieberoep van de Staatssecretaris af.