ECLI:NL:HR:1995:AA3083
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gedeeltelijke kwijtschelding motorrijtuigenbelastingverhoging wegens beperkte financiële draagkracht gebruiker
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor de periode 1 april 1990 tot en met 31 januari 1991, inclusief een verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Het Hof Arnhem bevestigde de aanslag maar vernietigde het besluit tot weigering van kwijtschelding en verleende een kwijtschelding van 50% van de verhoging.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht rekening hield met het feit dat de auto feitelijk toebehoorde aan en uitsluitend werd gebruikt door de zoon van belanghebbende, die beperkte financiële middelen had vanwege zijn militaire dienstplicht.
De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onjuist en wees het cassatieberoep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest bevestigt dat bij de beoordeling van kwijtschelding van belastingverhogingen ook de feitelijke situatie van de gebruiker kan worden meegewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt gedeeltelijke kwijtschelding van de belastingverhoging.