ECLI:NL:HR:1995:AA3088
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over bouwgrondbelasting en bewijslastverdeling
Belanghebbende kreeg een aanslag bouwgrondbelasting opgelegd door de gemeente Z voor een perceel dat door voorzieningen van openbaar nut beter geschikt zou zijn geworden voor bebouwing. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad overweegt dat het perceel als één onroerend goed moet worden beschouwd en dat de wijziging van het bestemmingsplan binnen de wettelijke termijn van kracht werd.
Het Hof had geoordeeld dat het perceel door de voorzieningen beter geschikt was voor bebouwing, mede door de bouwbestemming van de achterstrook. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof onjuist de bewijslast heeft verdeeld door aan te nemen dat nabijheid van voorzieningen automatisch een vermoeden van betere geschiktheid oplevert. De gemeente moet aannemelijk maken dat bebouwing van de achterstrook objectief voor de hand ligt, gezien de gevolgen voor het perceel.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd gewezen op 1 maart 1995 door de genoemde raadsheren.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug vanwege onjuiste bewijslastverdeling over geschiktheid perceel voor bebouwing.