ECLI:NL:HR:1995:AA3093
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat aangepaste kleding rechercheur werkkleding is voor belastingaftrek
In deze zaak stond centraal of de door een rechercheur bij de rijkspolitie gebruikte aan de situatie aangepaste kleding, die hij gebruikte om niet op te vallen bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden, als werkkleding kon worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting. De rechercheur had kosten voor deze kleding opgevoerd als aftrekbare kosten, maar de Inspecteur had dit geweigerd met het argument dat het normale kleding betrof.
Het Gerechtshof Arnhem oordeelde dat de kleding wel degelijk werkkleding was omdat deze specifiek voor de uitvoering van de werkzaamheden werd gebruikt en niet buiten verband met die werkzaamheden kon worden gedragen. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat alleen kleding die haar geschiktheid voor het werk ontleent aan eigenschappen verkregen bij vervaardiging als werkkleding kan gelden.
De Hoge Raad verwierp dit standpunt en stelde dat ook kleding die haar specifieke geschiktheid voor het werk na de vervaardiging heeft verkregen, als werkkleding kan worden aangemerkt. Het feit dat de kleding ook door anderen buiten het werk wordt gedragen doet hier niet aan af. De Hoge Raad concludeerde dat de kleding van de rechercheur werkkleding is in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en verwierp het beroep van de Staatssecretaris.
De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op en bepaalde dat de Staatssecretaris een recht van 300 gulden moet betalen. Hiermee werd het oordeel van het Hof bevestigd en werd de aftrek van de kosten voor de kleding toegestaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aangepaste kleding van de rechercheur als werkkleding kwalificeert voor aftrek in de inkomstenbelasting.