ECLI:NL:HR:1995:AA3098
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt belastingaanslag inkomstenbelasting 1987 wegens onjuiste waardering vruchtgebruik
Belanghebbende, die in 1986 80 jaar werd en in 1990 overleed, verkreeg in 1983 via legaat het levenslang vruchtgebruik op aandelen en obligaties met een waarde van ƒ 475.000. Begin 1987 richtte hij een besloten vennootschap op en bracht het vruchtgebruik in als volstorting, waarbij hij een vordering van ƒ 75.010 kreeg wegens overinbreng.
De Inspecteur rekende op grond van artikel 31 lid 1 Wet Pro inkomstenbelasting 1964 het volledige bedrag van ƒ 475.000 tot het belastbare inkomen, stellende dat de vervreemding van het vruchtgebruik een transactie in de inkomstensfeer betrof vanwege de korte resterende genotsperiode. Het Hof bevestigde dit standpunt.
De Hoge Raad oordeelt dat de vervreemding van een voor de maximale termijn gevestigd vruchtgebruik op effecten, ook bij een korte resterende genotsperiode, een vermogensrechtelijke transactie is en niet belast in de inkomstenbelasting, tenzij de eerdere vestiging zelf een inkomstentransactie was, wat hier niet het geval is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en de aanslag, en stelt het belastbare inkomen vast op het door belanghebbende opgegeven bedrag van ƒ 67.185.
De Hoge Raad gelast voorts de Staatssecretaris van Financiën de proceskosten van de erfgenamen te vergoeden en stelt hen in de gelegenheid zich uit te laten over een eventuele veroordeling van de wederpartij in de cassatiekosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.185.