ECLI:NL:HR:1995:AA3100
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting zonder kwijtschelding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak van 1 oktober 1990 tot en met 30 september 1991, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Arnhem werd de aanslag en de weigering tot kwijtschelding van de verhoging gehandhaafd.
Belanghebbende stelde vier middelen van cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen geen aanleiding geven tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, mede vanwege artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Staatssecretaris van Financiën had verzocht de aanslag te verminderen tot een kwart van de jaarbelasting met een verhoging van 100%. De Hoge Raad besloot het cassatieberoep te verwerpen, maar gelastte de Staatssecretaris tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan belanghebbende.
Het arrest werd op 18 oktober 1995 vastgesteld door de vice-president Jansen als voorzitter en raadsheren Bellaart en Van der Putt-Lauwers, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.