ECLI:NL:HR:1995:AA3103
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens onjuiste behandeling bezwaarschrift inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, maar het hof verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor beroep. De Hoge Raad stelde vast dat het ingediende geschrift een bezwaarschrift was en geen beroepschrift. Hierdoor was het hof onjuist in haar beoordeling en had het geschrift moeten worden doorgezonden naar het bevoegde belastingorgaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding niet stand kan houden, omdat het hof naliet het bezwaarschrift tijdig door te zenden. De Hoge Raad gelastte de griffier het bezwaarschrift door te zenden aan het bevoegde hoofd van de belastingdienst en hierover belanghebbende te informeren.
Daarnaast werd bepaald dat belanghebbende het griffierecht dat hij voor de cassatieprocedure had betaald, vergoed moet krijgen. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het vonnis van het hof vernietigd en werd de procedure correct hervat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onjuiste behandeling van het bezwaarschrift en gelast doorzending aan het bevoegde belastingorgaan.