ECLI:NL:HR:1995:AA3104
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen naheffingsaanslag bij incidenteel verwijderen tussenschot in personenauto
Belanghebbende kocht een Ford Transit Van die na aankoop werd aangepast met een extra achterbank en een tussenschot, waardoor hij als fabrikant van een personenauto werd aangemerkt volgens de Wet op de omzetbelasting 1968. De heffing van bijzondere verbruiksbelasting werd aanvankelijk achterwege gelaten op grond van de Leidraad Bijzondere verbruiksbelasting van personenauto's.
Op 1 april 1992 gebruikte belanghebbende de auto voor een rit naar Schiphol terwijl het tussenschot tijdelijk was verwijderd voor schoonmaakwerkzaamheden. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag op omdat volgens hem niet meer aan de voorwaarden van de Leidraad werd voldaan.
Het Gerechtshof vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat het incidenteel verwijderen van het tussenschot niet leidt tot het vervallen van de tegemoetkoming in de belastingheffing zoals bedoeld in de Leidraad. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris, waarbij werd benadrukt dat de rechtspositie van belanghebbende wordt bepaald door de Leidraad zoals die destijds luidde.
De Hoge Raad stelde belanghebbende tevens in de gelegenheid zich uit te laten over een eventuele veroordeling in proceskosten. Het beroep werd verworpen en er werd een recht van ƒ 300,-- geheven van de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de naheffingsaanslag blijft vernietigd.