ECLI:NL:HR:1995:AA3135

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30925
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Linde
  • De Moor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1989

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1989 ter hoogte van ƒ 12.163,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.

Het arrest werd op 29 november 1995 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken, waarmee het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 december 1994 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1989 tot en met 31 december 1989 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 12.163,--, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 29 november 1995 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde en De Moor, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.