ECLI:NL:HR:1995:AA3157

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 1995
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • raadsheer Wildeboer
  • raadsheer Urlings
  • raadsheer Herrmann
  • raadsheer Fleers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet inzake rijksbelastingen Art. 23 (oud)
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over vertegenwoordiging bij bezwaar onroerendgoedbelasting

De zaak betreft een geschil over aanslagen onroerendgoedbelasting opgelegd aan A BV, waarbij X NV namens A bezwaar maakte. Het hof verklaarde X niet-ontvankelijk omdat niet was vastgesteld dat X als vertegenwoordiger van A optrad. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ambtshalve niet mag beslissen over vertegenwoordigingsbevoegdheid zonder partijen te horen, hetgeen niet is gebeurd.

De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt de gemeente Leeuwarden veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van X.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het motiveringsbeginsel en het recht op hoor en wederhoor bij ambtshalve beslissingen over vertegenwoordiging in bezwaarprocedures tegen belastingaanslagen.

De procedure illustreert de zorgvuldigheid die vereist is bij het toetsen van ontvankelijkheid en vertegenwoordigingsbevoegdheid in bestuursrechtelijke belastingzaken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug wegens schending van hoor en wederhoor bij ambtshalve niet-ontvankelijkverklaring.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de naamloze vennootschap X NV te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 juni 1994 betreffende na te melden aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A BV voor het jaar 1990 opgelegde aanslagen in de onroerend-goedbelastingen van de gemeente Leeuwarden.
1. Aanslagen, bezwaar en geding voor het Hof Aan A BV zijn voor het jaar 1990 wegens het genot krachtens zakelijk recht van de onroerende zaken, plaatselijk bekend als a-straat 1, b-straat 1, 2 en 3 te Leeuwarden, op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in de onroerend-goedbelastingen van de gemeente Leeuwarden opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd van de afdeling belastingen (hierna: het Hoofd) zijn gehandhaafd. Op het tegen de uitspraak van het Hoofd ingestelde beroep heeft het Hof die uitspraak vernietigd en - ervan uitgaande dat X NV (hierna: X) niet namens A BV maar voor zichzelf bezwaar heeft gemaakt en in beroep is gekomen ambtshalve X alsnog niet-ontvankelijk in het bezwaar verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie X heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het Hoofd heeft een vertoogschrift in gediend.
3. Beoordeling van de klacht 3.1. De onderwerpelijke aanslagen zijn opgelegd aan A BV (hierna: A) als genothebbende krachtens zakelijk recht van de in de heffing van de onroerende zaakbelasting betrokken objecten. Daartoe gemachtigd door X heeft C tegen deze aanslagen een bezwaarschrift ingediend. Het Hoofd heeft bij uitspraak het bezwaar ontvankelijk doch ongegrond verklaard. C heeft ter uitvoering van voormelde volmacht tegen deze uitspraak een beroepschrift ingediend bij het Hof. 3.2. Blijkens de uitspraak van het Hof heeft de gemachtigde desgevraagd medegedeeld dat A een 100% dochter van X is. 3.3. 's Hofs ambtshalve gegeven beslissing dat X alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het tegen de aan A opgelegde aanslagen gemaakte bezwaar, bouwt voort op 's Hofs ambtshalve bijgebrachte oordeel dat niet is komen vast te staan dat X het bezwaarschrift heeft doen indienen als vertegenwoordigster van A. 3.4. Voor een ambtshalve oordeel omtrent de vertegenwoordigingsbevoegdheid in de bezwaarfase is geen plaats indien partijen daarover door het hof niet zijn gehoord. Nu in het beroepschrift in cassatie erover wordt geklaagd dat zodanig hoor en wederhoor niet heeft plaats gevonden en in 's Hofs uitspraak niet is vermeld dat zulks wel is geschied, is die uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven en verwijzing moet volgen.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht, gelet op de inhoud van het procesdossier termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die X in verband met de behandeling van het geding in cassatie voor de onderhavige zaak redelijkerwijs heeft moeten maken te beslissen als hierna zal worden bepaald.
5. Beslissing De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, verwijst het geding naar het Gerechtshof te Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing van de zaak in meervoudige kamer met inachtneming van dit arrest gelast dat door de Gemeente Leeuwarden aan X wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van haar beroep in cassatie gestorte griffierecht ten bedrage van ƒ 300,-- en veroordeelt de Gemeente Leeuwarden in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van X vastgesteld op ƒ 2.840,-- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit arrest is op 20 december 1995 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Herrmann en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud, en op die datum in het openbaar uitgesproken.