Uitspraak
AS
2 juni 1995.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Op 22 juni 1989 werd een twaalfjarig meisje aangereden door een auto op een kruising te Lemmer. De verzekeraar van het meisje, IZA, vorderde regresbetaling van Klaverblad, de verzekeraar van de bestuurder. Rechtbank en Hof wezen de vordering toe, waarbij het Hof oordeelde dat de vergoedingsplicht van de bestuurder slechts verminderd kan worden bij opzet of opzet grenzende roekeloosheid van het kind.
Klaverblad stelde in cassatie dat deze regel niet zonder meer geldt voor regresvorderingen van verzekeraars, omdat het billijkheidsargument wegvalt wanneer de schade reeds door een verzekeraar is gedekt. De Hoge Raad bevestigt dat de 100%-regel voor kinderen onder veertien jaar en de 50%-regel voor volwassenen niet zonder meer toepasbaar zijn op regresvorderingen.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof Arnhem voor herbeoordeling, waarbij de overmacht van de bestuurder en de mate van vermindering van de vergoedingsplicht op basis van causaliteit en billijkheid opnieuw moeten worden beoordeeld. De Hoge Raad benadrukt dat verwijtbaarheid niet doorslaggevend is bij de causaliteitsafweging, zeker niet bij jonge kinderen met beperkt inzicht.
De Hoge Raad veroordeelt IZA tot betaling van de proceskosten aan Klaverblad. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de billijkheidscorrectie bij regresvorderingen na verkeersongevallen met jonge kinderen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor herbeoordeling van overmacht en schadeverdeling.