In juli 1994 werd op een camping te Petten een man door meerdere messteken in de borst gedood. Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens doodslag, na vernietiging van een eerdere uitspraak. Verdachte had bekentenissen afgelegd waarin hij toegaf het slachtoffer opzettelijk te hebben gestoken.
Verdediging verzocht het hof om de zaak terug te wijzen naar de Rechter-Commissaris voor nader onderzoek, waaronder het horen van een getuige die mogelijk belangrijke informatie kon verschaffen. Het hof wees dit verzoek af en motiveerde dat de verklaringen van verdachte betrouwbaar waren en dat nader onderzoek niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet gehouden was tot nadere motivering van de afwijzing van het verzoek tot terugwijzing. Het cassatieberoep faalde omdat geen gronden aanwezig waren om het hofbesluit te vernietigen. Het arrest werd op 8 oktober 1996 uitgesproken.