ECLI:NL:HR:1996:AA1505
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. De Hoge Raad beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Uit de stukken blijkt dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, aangezien de termijn eindigde op 3 februari 1994, terwijl het beroepschrift pas op 6 februari 1995 bij de griffie van het Hof binnenkwam.
De Hoge Raad heeft belanghebbende de gelegenheid gegeven aan te tonen dat hij niet in verzuim was, maar de aangevoerde redenen zijn onvoldoende. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Tot slot bepaalt de Hoge Raad dat het door belanghebbende gestorte bedrag van 150 gulden voor de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof wordt terugbetaald. Het arrest is op 3 april 1996 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Van der Linde, De Moor en Van Brunschot.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.