ECLI:NL:HR:1996:AA1520
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift onroerende zaakbelastingen wegens te late indiening
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag in de onroerende zaakbelastingen opgelegd door de gemeente Leeuwarden. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd door Burgemeester en Wethouders niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat het beroep verwierp en het verzet tegen die beslissing ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het bezwaarschrift wel tijdig was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat het aanslagbiljet tijdig was verzonden en dat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de aanslag ter post was bezorgd. De stempeldatum op de enveloppe en de ontvangstdatum door Burgemeester en Wethouders wezen uit dat het bezwaarschrift te laat was ingediend.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk was en dat het niet op een onjuiste rechtsopvatting berustte. Het cassatieberoep werd verworpen en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend.