ECLI:NL:HR:1996:AA1699
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering lening en winstuitdeling bij vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap opgericht in mei 1987, ontving van haar aandeelhouder B onder meer een lening van ƒ 240.000,-- aan E B.V. en een deelneming in die vennootschap. Het hof vernietigde de aanslag vennootschapsbelasting 1987 omdat het oordeelde dat de tegoedschrijving van de lening niet als winstuitdeling kon worden aangemerkt en dat artikel 13 Wet Pro op de vennootschapsbelasting 1969 de afwaardering niet belette.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen nader onderzoek had gedaan naar de werkelijke waarde van de lening bij overdracht, terwijl dit essentieel was om te bepalen of sprake was van een bevoordelingsbedoeling en dus een winstuitdeling. Ook was het hof volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd over de vraag of sprake was van inbreng van informeel kapitaal.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten onderzoeken of de lening bij overdracht aanzienlijk minder waard was dan de overeengekomen waarde en dat dit mede bepalend is voor de kwalificatie als winstuitdeling. Daarnaast kon het hof niet zonder nadere motivering concluderen dat geen informeel kapitaal was verstrekt. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek terug naar het hof.