ECLI:NL:HR:1996:AA1710
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd gehandhaafd zonder kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende stelde beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, maar werd door de Voorzitter van de Eerste Meervoudige Belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn genoemd in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hof verklaarde het verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was ingediend.
Daarnaast stelde belanghebbende dat een regeling uit het Voorschrift Awb op bezwaarschriften ook op beroepen van toepassing zou zijn, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat deze regeling uitsluitend betrekking heeft op bezwaarschriften.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen wegens overschrijding van de beroepstermijn.