ECLI:NL:HR:1996:AA1715
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlaagd omzetbelastingtarief voor verhuur recreatieterrein als onsplitsbaar geheel
Belanghebbende exploiteert een recreatieterrein en verhuurt per jaar afgebakende stukken grond waarop huurders doorgaans stacaravans plaatsen. Gedurende een deel van het jaar is overnachten in de caravans verboden, maar het terrein en de voorzieningen zijn het gehele jaar beschikbaar. Belanghebbende heeft omzetbelasting betaald tegen het verlaagde tarief over de totale vergoeding.
De Inspecteur stelde dat voor de periode van 1 oktober tot 1 april het normale tarief van toepassing was en legde een naheffingsaanslag op. Het Gerechtshof vernietigde deze aanslag deels en stelde dat de verhuur en het gebruik van het terrein een onsplitsbaar geheel van prestaties vormen dat onder het verlaagde tarief valt.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, maar de Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat het feitelijke waarderingsbesluit niet in cassatie kan worden getoetst. Het beroep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het verlaagde tarief voor de verhuur van het recreatieterrein wordt bevestigd.