ECLI:NL:HR:1996:AA1718
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Van Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Hof inzake bezwaren tegen landinrichtingsrente aanslag 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag opgelegd in de landinrichtingsrente van 75,79 gulden. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde of het Hof bevoegd was om de bezwaren van belanghebbende tegen de omvang van de kosten die ten behoeve van de ruilverkaveling waren gemaakt te behandelen. Volgens artikel 229, lid 4, van de Landinrichtingswet is tegen de omvang van deze kosten geen bezwaar of beroep toegestaan zoals bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof niet bevoegd was om deze bezwaren te betrekken bij zijn oordeel over de rechtsgeldigheid van de aanslag. De klacht van belanghebbende faalde daarom. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, maar bepaalde dat een bedrag van 225 gulden wegens teveel geheven griffierecht aan belanghebbende wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag landinrichtingsrente blijft gehandhaafd.