ECLI:NL:HR:1996:AA1720
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake niet-ontvankelijkheid beroep motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd waartegen bezwaar werd gemaakt. Na een uitspraak op bezwaar door de Inspecteur stelde belanghebbende beroep in bij het Hof Arnhem. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende maakte verzet hiertegen, maar het Hof verklaarde dit ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met een ziekte die tegen het einde van de beroepstermijn was opgekomen, waardoor het te laat indienen van het beroepschrift mogelijk ontvankelijk had kunnen zijn. De Hoge Raad stelde dat de bewijslast voor het aantonen van deze ziekte bij belanghebbende ligt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem voor nieuwe behandeling van het verzet in meervoudige kamer, met inachtneming van het arrest. Daarnaast werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende voor het cassatieberoep moest vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling met vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.