ECLI:NL:HR:1996:AA1726
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing fiscale gelijkstelling aandeleninkoop met aandelenruil
Belanghebbende, aandeelhouder van B B.V., verkocht samen met zijn broer aandelen aan C B.V. en richtte vervolgens zelf C B.V. op. In 1988 kocht B B.V. het aandelenpakket van belanghebbende in voor een lage prijs, waarna de Inspecteur dit voordeel aanmerkte als winst uit aanmerkelijk belang. Het Hof Leeuwarden vernietigde de aanslag deels, maar verwierp de fiscale gelijkstelling van deze inkoop met een aandelenruil zoals bedoeld in de Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de inkoop niet fiscaal gelijkgesteld kan worden aan een aandelenruil, mede omdat artikel 44 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet van toepassing is op het informele kapitaal dat door de inkoop is ingebracht. De klacht tegen dit oordeel faalt, evenals een motiveringsklacht tegen het rechtsoordeel.
De Hoge Raad wijst het beroep in cassatie af en ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 30 oktober 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de aandeleninkoop niet fiscaal gelijkgesteld wordt aan een aandelenruil, waardoor het voordeel belast blijft.