ECLI:NL:HR:1996:AA1760
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over huurwaardeforfait en onderhoudskosten bij verhuurde woning
Belanghebbende was eigenaar van een woning die in 1991 deels door zijn zoon werd bewoond en deels werd verhuurd. Voor het eerste halfjaar werd de bewoning gedoogd, voor het tweede halfjaar werd een huurprijs van ƒ 200 per maand overeengekomen. De Inspecteur paste het huurwaardeforfait toe over het gehele jaar, wat belanghebbende betwistte.
Het Hof vernietigde de aanslag en verlaagde het belastbaar inkomen, maar verwierp het beroep van belanghebbende op het beginsel van behoorlijke wetgeving en het vertrouwensbeginsel. Ook oordeelde het Hof dat de huurprijs van ƒ 200 niet reëel was en stelde een minimumhuur van ƒ 371 vast. De Hoge Raad bevestigde het oordeel over het huurwaardeforfait en het vertrouwensbeginsel, en oordeelde dat het Hof terecht de bewijsmiddelen had gewaardeerd.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte de onderhoudskosten evenredig over het hele jaar had toegerekend, terwijl voor de eigen bewoning en verhuurperiode verschillende regels gelden. De zaak wordt daarom terugverwezen voor nader onderzoek naar de juiste verdeling van de onderhoudskosten. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de onderhoudskosten.