ECLI:NL:HR:1996:AA1776
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: verliesverrekening en ondernemingstoets bij vastgoedcomplex
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kocht in 1977 een groot bedrijfscomplex met het doel dit met winst te verkopen. De vennootschap bood het complex en haar aandelen vanaf 1979 te koop aan en verhuurde het pand deels tot 1989. Diverse verkooppogingen mislukten, maar in 1989 werden de aandelen verkocht en werd een bouwproject met woningen gerealiseerd.
De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op over 1989, waarbij verliezen uit voorgaande jaren niet werden verrekend. Het hof bevestigde deze aanslag en oordeelde dat belanghebbende haar onderneming rond 1981 had gestaakt, waardoor artikel 20, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de onderneming was gestaakt. De activiteiten van belanghebbende, gericht op verkoop van het complex, vormden een doorlopende onderneming. Hierdoor kan verliesverrekening plaatsvinden en dient de aanslag te worden verminderd tot nihil.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en wijst de Staat aan als de partij die de kosten van het hof moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot nihil wegens het ontbreken van staking van de onderneming.