ECLI:NL:HR:1996:AA1779
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing bij schending voorwaardelijke vrijstelling invoer personenauto
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting en bijzondere verbruiksbelasting over een personenauto die als verhuisgoed was ingevoerd met een voorwaardelijke vrijstelling. De auto werd binnen twaalf maanden na invoer overgedragen, wat in strijd was met de voorwaarden van de vrijstelling.
De rechtbank en het hof bevestigden dat de belastingen terecht waren geheven, ondanks dat de auto was gestolen en total loss was verklaard. Belanghebbende voerde aan dat de uitnodiging tot betaling slechts aan de eigenaar had mogen worden gericht en dat een Europese richtlijn van toepassing was, maar deze middelen werden verworpen.
Ook werd geoordeeld dat het door belanghebbende betaalde Duitse Mehrwertsteuer-bedrag niet in mindering kon worden gebracht omdat hij onvoldoende bewijs leverde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht tot zijn oordeel was gekomen en wees het cassatieberoep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de belastingaanslag wegens niet-naleving van de voorwaardelijke vrijstelling.