ECLI:NL:HR:1996:AA1793
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep inkomstenbelasting 1982 wegens ontbreken bezwaarschrift
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1982 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 1.000.000,--. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat geen bezwaarschrift was ingediend.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde meerdere middelen aan. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over het ontbreken van het bezwaarschrift berust op een waardering van bewijsmiddelen die in cassatie niet kan worden aangetast. Ook was de beslissing van de Inspecteur niet aan te merken als een voor beroep vatbare uitspraak volgens artikel 26, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het bewijsaanbod van belanghebbende werd door het Hof terecht als niet ter zake dienend afgewezen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende op te leggen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef het oordeel van het Hof in stand dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een bezwaarschrift.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bezwaarschrift.