ECLI:NL:HR:1996:AA1802
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslagen aansluitrecht riolering gemeente Amsterdam voor zes objecten
Belanghebbende, zakelijk gerechtigde van zes aan de gemeentelijke riolering aangesloten objecten in Amsterdam, werd voor het jaar 1990 aangeslagen voor het aansluitrecht riolering, waarbij per object een vast bedrag werd geheven. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de heffing per object onredelijk en willekeurig was, omdat drie objecten aan een straat één aansluitpunt hadden en drie aan een andere straat ook één aansluitpunt. Het Hof oordeelde dat heffing per onroerende zaak en per gedeelte dat als afzonderlijk geheel wordt gebruikt, niet willekeurig is.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het aansluitrecht een retributie is voor het gebruik van gemeentelijke riolering die de gebruikswaarde van elk afzonderlijk gedeelte verhoogt. Differentiatie in tarief is toegestaan naar het voordeel, maar het ontbreken daarvan leidt niet automatisch tot willekeur. Ook wordt bevestigd dat de retributie ziet op het gebruik door de zakelijk gerechtigde en niet op het gebruik door de gemeente zelf.
De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslagen aansluitrecht riolering voor zes objecten.