ECLI:NL:HR:1996:AA1812
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing faciliteit kapitaalsbelasting bij groepsreorganisatie
In deze zaak stond centraal of belanghebbende aanspraak kon maken op de faciliteit van artikel 35, lid 4, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (oud) in samenhang met artikel 12 van Pro het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. Belanghebbende had in 1984 een reorganisatie doorgevoerd waarbij aandelen en deelnemingen in meerdere fasen werden ingebracht in verschillende tussenholdings.
Het Gerechtshof Arnhem had de naheffingsaanslag tot kapitaalsbelasting vernietigd omdat het oordeel was dat de faciliteit van toepassing was. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de reorganisatie als een samenstel van rechtshandelingen moest worden beschouwd en dat de beoordeling van de faciliteit moest plaatsvinden op basis van de uiteindelijk tot stand gebrachte groepsstructuur.
De Hoge Raad bevestigde dat de deelnemingen die in de tweede fase in de tussenholding F werden ingebracht, waaronder de in de eerste fase aan belanghebbende overgedragen deelnemingen, als bedrijfsmiddelen van gelijke aard konden worden aangemerkt. De faciliteit was derhalve van toepassing op de inbreng in de eerste fase. Het cassatiemiddel werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt toepassing van de faciliteit kapitaalsbelasting op de inbreng in de eerste fase van de reorganisatie.