ECLI:NL:HR:1996:AA1831
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid onvergoede verhuiskosten bij loonbelasting
Belanghebbende ontving van zijn werkgever een tegemoetkoming voor verhuiskosten, waaronder een gedeeltelijke vergoeding voor het overbrengen van de inboedel. De niet vergoede helft van deze kosten werd door belanghebbende als aftrekpost opgevoerd bij de aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur weigerde deze aftrek, maar het Hof te Arnhem vernietigde deze weigering en stelde de aanslag naar beneden bij.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever onderscheid maakt tussen verschillende categorieën verhuiskosten en dat vergoedingen voor één categorie de aftrek van kosten in een andere categorie niet mogen beperken. Het onvergoede deel van de kosten voor het overbrengen van de inboedel is volledig aftrekbaar en kan belastingvrij worden vergoed.
De Hoge Raad verwierp het middel van de Staatssecretaris en bevestigde de uitspraak van het Hof. Tevens wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af en legde een griffierecht op aan de Staatssecretaris.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het onvergoede deel van de kosten voor het overbrengen van de inboedel aftrekbaar blijft.