ECLI:NL:HR:1996:AA1842
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen desinvesteringsbetaling bij vervallen terugbetalingsverplichting ontwikkelingskrediet
In deze zaak gaat het om een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1986 die aan X B.V. is opgelegd. De aanslag betreft een desinvesteringsbetaling van ƒ 124.027,-- wegens het vervallen van de terugbetalingsverplichting van een ontwikkelingskrediet dat de onderneming had ontvangen voor de ontwikkeling van een computergestuurde slijpmachine. De ontwikkeling is mislukt en het project is definitief stopgezet.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de navorderingsaanslag verminderd en geoordeeld dat slechts over 40% van het ontwikkelingskrediet sprake was van een investering in de zin van de wet, omdat de kans op terugbetaling op dat percentage werd gesteld. Het vervallen van de terugbetalingsverplichting over de overige 60% leidt niet tot een desinvesteringsbetaling.
Zowel X B.V. als de Staatssecretaris hebben cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft aangenomen dat de investeringsbijdragen niet over het gehele krediet hadden mogen worden berekend en dat het vervallen van de terugbetalingsverplichting niet automatisch leidt tot een desinvesteringsbetaling. De Hoge Raad verwerpt beide beroepen en bevestigt de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad wijst erop dat de regeling beoogt dat investeringsbijdragen en desinvesteringsbetalingen betrekking hebben op investeringskosten die daadwerkelijk door de ondernemer worden gedragen en niet op kosten die voor rekening van derden komen. Het arrest bevat een uitgebreide analyse van de fiscale regelgeving en eerdere jurisprudentie omtrent investeringsfaciliteiten en desinvesteringen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt dat geen desinvesteringsbetaling verschuldigd is over het niet terug te betalen deel van het ontwikkelingskrediet.