ECLI:NL:HR:1996:AA1845
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak hof over kwalificatie huuropbrengsten als winst uit onderneming of inkomsten uit vermogen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 190.688 met heffingsrente. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd tot ƒ 91.035 zonder heffingsrente. Het geschil betrof de vraag of de huuropbrengsten uit panden die belanghebbende had gekocht en verbouwd, winst uit onderneming of inkomsten uit vermogen waren.
Het hof oordeelde dat de omvangrijke werkzaamheden en verbouwingen wezen op een ondernemingsactiviteit en kwalificeerde de huuropbrengsten als winst uit onderneming. De Hoge Raad stelde echter dat voor de kwalificatie alleen van belang is of de werkzaamheden na voltooiing van de verbouwing meer omvatten dan normaal vermogensbeheer. Het oordeel van het hof berustte op een onjuiste rechtsopvatting en het arrest werd vernietigd.
De zaak werd verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste maatstaf. Tevens werd belanghebbende het griffierecht van ƒ 300 vergoed en kreeg zij gelegenheid zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling van de wederpartij.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met de juiste maatstaf over normaal vermogensbeheer.