ECLI:NL:HR:1996:AA1857
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode 1 december 1984 tot en met 30 november 1985, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag met verhoging gehandhaafd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het gebruik van het motorrijtuig tegen zijn wil was en dat hij getuigen wilde horen die het riool vernieuwden, maar deze klachten werden niet gegrond verklaard omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en het verzoek tot horen van getuigen niet in het geding voorkwam.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de redelijke termijn van zes jaar en drie maanden sinds de behandeling bij het hof was overschreden zonder bijzondere omstandigheden, waardoor het hofuitspraak niet in stand kon blijven. De verhoging moest daarom vervallen.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof en de inspecteur, beperkte de aanslag tot alleen de enkelvoudige belasting zonder verhoging, en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag werd beperkt tot enkelvoudige belasting zonder verhoging wegens overschrijding van de redelijke termijn.