ECLI:NL:HR:1996:AA1858
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks bewijsverweer belanghebbende
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1990, inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met bewijs dat op de controledatum noch de verzekering, noch de kentekenregistratie op zijn naam stonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing baseerde op feitelijke gronden, waaronder wisselende inschrijvingen in het kentekenregister, verzekeringsgegevens en het ontbreken van betalingsbewijzen voor verkoop. Deze feiten zijn niet in cassatie te toetsen. Het beroep wordt daarom verworpen.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bepaalt dat het door belanghebbende betaalde bedrag voor de vervanging van de mondelinge uitspraak wordt terugbetaald. Het arrest is op 3 januari 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting blijft gehandhaafd.