ECLI:NL:HR:1996:AA1867
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake correctie aanslag inkomstenbelasting 1990 maatschap rundveehouderij
Belanghebbende, maat in een maatschap die een rundveehouderij exploiteert, kreeg voor 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 18.338,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslag en stelde deze bij tot een belastbaar inkomen van ƒ 12.866,--.
De Inspecteur had een boekenonderzoek ingesteld en de boekhouding van de maatschap verworpen wegens het ontbreken van kas- en veeadministratie. Hij corrigeerde de omzet met ƒ 29.000,-- en legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Bij de winstcorrectie voor de maten werd 20% van deze correctie minus omzetbelasting toegepast.
In cassatie stelde de Staatssecretaris dat de Inspecteur in zijn verweer had kunnen volstaan met verwijzing naar stukken uit de omzetbelastingprocedure. De Hoge Raad oordeelde echter dat zonder afschrift van die stukken in de onderhavige procedure de correctie onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Gezien de gezamenlijke behandeling van vier verwante zaken en het ontbreken van bezwaar van partijen, mocht het Hof kennisnemen van de stukken uit de andere procedure, maar het had dit niet expliciet gedaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behalve het griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens bepaalde de Hoge Raad terugbetaling van het door de Staatssecretaris betaalde bedrag voor vervanging van de mondelinge uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.