ECLI:NL:HR:1996:AA1876
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende was voor het jaar 1989 oorspronkelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van ƒ 50.000,-- met een verhoging wegens niet tijdige aangifte van ƒ 605,--. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 70.940,--, waarbij de eerder opgelegde verhoging werd gehandhaafd.
Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de navorderingsaanslag bevestigde en het beroep tegen de verhoging wegens niet tijdige aangifte niet ontvankelijk verklaarde. Tegen dit oordeel stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag wordt gehandhaafd.