ECLI:NL:HR:1996:AA1888
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt belastingaanslag wegens onjuiste winsttoerekening bij aandelenverkoop
Belanghebbende was aandeelhouder van een BV die een onderneming dreef in schilder-, behang- en glaswerken. In 1989 vond een herstructurering plaats waarbij de bedrijfsgebonden activa werden overgedragen aan een nieuwe BV, terwijl beleggingen en liquiditeiten in de oude BV bleven. Vervolgens werden de aandelen van de oude BV verkocht aan een derde partij, met de afspraak dat deze de vennootschap niet zou liquideren.
De Inspecteur belastte de ontvangen koopsom minus het gestorte kapitaal bij belanghebbende naar een proportioneel tarief van 20% in plaats van het hogere bijzondere tarief van 54%. Het hof handhaafde deze aanslag, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de uitzondering op de kasgeldarresten niet juist had toegepast. De Hoge Raad stelde dat het vermogen waarin het belang wordt behouden slechts van bijkomstige betekenis mag zijn (minder dan 10%) om de uitzondering toe te passen.
In casu was het overgedragen vermogen meer dan 10%, waardoor de uitzondering niet van toepassing was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, stelde het belastbare inkomen vast op een lager bedrag en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1989 door het belastbare inkomen lager vast te stellen.