ECLI:NL:HR:1996:AA1898
Hoge Raad
- Cassatie
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bij te late betaling griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd en maakte bezwaar tegen deze aanslag. Na afwijzing van het bezwaar door de inspecteur, kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Arnhem. De Voorzitter van de Eerste Meervoudige Belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn van 8 weken voor betaling van het griffierecht, zoals voorgeschreven in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Belanghebbende stelde dat de betaling van het griffierecht vertraagd was door een gemeentelijke afhandeling, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze reden geen bijzondere omstandigheid vormde die de overschrijding rechtvaardigde. Het hof had het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring dan ook terecht ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af, omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren. Het arrest werd op 6 maart 1996 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.