ECLI:NL:HR:1996:AA1901
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid belastingheffing personenauto's en motorrijwielen in relatie tot EU-verdrag
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de belasting van personenauto's en motorrijwielen over januari 1993, nadat hij een bedrag van ƒ 11.169,-- had voldaan. De Inspecteur wees het bezwaar af en het Hof Arnhem bevestigde deze beslissing. Belanghebbende stelde dat de belastingheffing in strijd was met artikel 30 of Pro 95 van het EEG-Verdrag.
Het Hof oordeelde dat vanwege de aanwezigheid van een binnenlandse productie van personenauto's, hoe gering ook, artikel 95 van Pro het EEG-Verdrag van toepassing is in plaats van artikel 30. Het Hof vond dat de belastingheffing niet in strijd is met artikel 95. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de binnenlandse productie niet zo gering is dat deze verwaarloosd kan worden. Ook is geen reden voor een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie, omdat belanghebbende de auto niet heeft uitgevoerd en dus geen belang heeft bij toetsing van een teruggaafregeling bij uitvoer.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor proceskostenveroordeling en stelt het arrest vast op 23 augustus 1996.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.