ECLI:NL:HR:1996:AA1915
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging belastingaanslag ondanks vertrouwensbeginsel bij lijfrentetermijnen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1980 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, na vermindering door de Inspecteur tot een belastbaar inkomen van ƒ 110.562,--. De Inspecteur had in de jaren 1978 en 1979 lijfrentetermijnen als persoonlijke verplichting in aftrek toegelaten, wat bij belanghebbende het vertrouwen wekte dat dit ook voor latere jaren zou gelden.
Na ontdekking dat een derde voor de helft deelnam aan de lijfrenteovereenkomst, wat de aftrekbaarheid beperkt, nam de Inspecteur voor 1980 slechts de helft van de termijnen in aftrek zonder voorafgaande waarschuwing. Het Hof bevestigde deze aanslag en verwierp het beroep van belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelt dat het vertrouwen dat was gewekt niet strekt tot bescherming tegen wijziging van het standpunt bij nieuwe feiten die niet bekend waren bij de eerdere aanslagregeling. De Inspecteur mocht het standpunt wijzigen zonder waarschuwing. Het beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Inspecteur de aftrek van lijfrentetermijnen mag beperken zonder voorafgaande waarschuwing.