ECLI:NL:HR:1996:AA1920
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleer
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vereiste koninklijke goedkeuring voor aanwijzingsbesluit parkeervergunningen gemeente Hoorn
Belanghebbende betaalde in 1991 ƒ 960 aan parkeergeld voor twee parkeervergunningen in de gemeente Hoorn. Na bezwaar bij de gemeentelijke Chef van Financiën werd dit bedrag gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Amsterdam. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Chef en bepaalde teruggaaf van het bedrag, omdat het aanwijzingsbesluit niet door de Kroon was goedgekeurd.
De Chef stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde of het aanwijzingsbesluit, dat de gebieden en belanghebbenden voor parkeervergunningen aangeeft, deel uitmaakt van de belastingverordening en daarmee koninklijke goedkeuring behoeft. De Raad bevestigde dat dit besluit essentiële elementen van de belastingplicht regelt en dus goedkeuring vereist.
Hoewel de Verordening en het aanwijzingsbesluit samen zijn vastgesteld en gezamenlijk ter goedkeuring zijn aangeboden, bleek uit het Koninklijk Besluit en de stempeling dat het aanwijzingsbesluit niet afzonderlijk is goedgekeurd. De Hoge Raad verwierp het beroep van de Chef en veroordeelde hem in de proceskosten, waarmee de uitspraak van het Hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Chef wordt verworpen wegens het ontbreken van koninklijke goedkeuring van het aanwijzingsbesluit, waardoor de parkeergeldheffing onverbindend is.