ECLI:NL:HR:1996:AA1923
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing informele kapitaalstorting bij vennootschapsbelasting
X B.V. kreeg voor het boekjaar 1986/1987 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 2.041.198,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Leeuwarden werd deze aanslag gehandhaafd. De kern van het geschil betrof de vraag of het verschil tussen de betaalde rente en een fictief rentepercentage van 8,75% kon worden aangemerkt als informele kapitaalstortingen door de moedervennootschap.
De Hoge Raad stelt vast dat X B.V. de bewijslast draagt voor haar stelling dat het renteverschil een bewuste bevoordeling inhoudt. Het Hof oordeelde dat X B.V. dit bewijs niet heeft geleverd. Dit oordeel is feitelijk van aard en kan in cassatie niet worden getoetst. De Hoge Raad vindt het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad legt geen proceskostenveroordeling op en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof. Het arrest is op 16 augustus 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Jansen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.