ECLI:NL:HR:1996:AA1924
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale gevolgen aandelenfusie en winst uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende werd voor het jaar 1984 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd maar door het Gerechtshof Leeuwarden werd bevestigd. De zaak betrof de fiscale behandeling van een aandelenfusie en de verkoop van aandelen in een houdstermaatschappij, waarbij de winst uit aanmerkelijk belang centraal stond.
De Hoge Raad overwoog dat de transacties fiscaal gelijk moesten worden behandeld als een directe verkoop aan de persoonlijke houdstermaatschappij. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de transacties een zakelijk motief hadden dat verder ging dan belastingbesparing, en dat de winst correct was vastgesteld.
Ook het oordeel dat een renteloze lening als lening en niet als kapitaalstorting moest worden beschouwd, werd bevestigd. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel verworpen omdat geen afwijkend beleid werd aangetoond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.