ECLI:NL:HR:1996:AA1925
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggaaf omzetbelasting voor buitenlandse ondernemer ondanks benaming sales tax
Belanghebbende, een advocatenkantoor gevestigd in de Verenigde Staten zonder vaste inrichting in Nederland, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over 1990. De Inspecteur kende slechts gedeeltelijke teruggaaf toe, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof te 's-Gravenhage. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en kende een verdere teruggaaf toe.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat de prestaties waarvoor de omzetbelasting werd teruggevraagd in Nederland belastbaar zijn volgens de Wet op de omzetbelasting 1968. Hoewel op de declaraties de term 'sales tax' werd gebruikt, achtte het Hof dit niet belemmerend voor de teruggaaf, omdat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat hiermee omzetbelasting werd bedoeld.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel van feitelijke aard is en niet onbegrijpelijk, en verwierp het cassatieberoep. Tevens stelde de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken op 17 januari 1996.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de verdere teruggaaf omzetbelasting aan belanghebbende bevestigd.