ECLI:NL:HR:1996:AA1929
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid kosten contactlenzen voor inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende, werkzaam als onderofficier en schietbaancommandant bij het Ministerie van Defensie, werd voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 50.673. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van kosten voor contactlenzen, die belanghebbende in de jaren 1988 tot en met 1991 had gemaakt, waaronder ƒ 520 in 1991. Het Hof oordeelde dat deze kosten een persoonlijk karakter hebben en niet als zakelijke kosten in de zin van artikel 35 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 kunnen worden aangemerkt, ook niet indien de aanschaf met het oog op de dienstbetrekking plaatsvond.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 5 juni 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1991 blijft gehandhaafd.