ECLI:NL:HR:1996:AA1935
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
Belanghebbende ontving een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting en bijzondere verbruiksbelasting van personenauto's. Hij maakte bezwaar, maar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn. Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en wees het beroep van belanghebbende af.
Belanghebbende stelde in cassatie dat hij pas op 25 september 1992 kennis had gekregen van de uitnodiging, omdat de post niet was nagezonden naar zijn adres in Duitsland. Het hof oordeelde dat het risico van het niet tijdig indienen van bezwaar aan belanghebbende zelf te wijten was, omdat hij zijn adres had opgegeven en de post correct was verzonden.
De Hoge Raad stelt dat het risico van onjuiste adressering in principe bij de verzender ligt, tenzij de belastingplichtige niet zorg draagt voor juiste adresgegevens. In deze zaak was er geen verplichting voor belanghebbende om de Inspecteur op de hoogte te houden van zijn adreswijziging voor deze belastingaanslag. Omdat de uitnodiging vermoedelijk niet aan het juiste adres is verzonden en belanghebbende er niet eerder kennis van kon nemen, is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de proceskostenveroordeling. Het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van dit arrest.