ECLI:NL:HR:1996:AA1936
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen heffingsrente inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende beëindigde zijn landbouwbedrijf per 30 april 1989 en gaf in de aangifte inkomstenbelasting 1989 aan dat de onderneming was verkocht voor een bedrag van f 2.400.000,--. In een bijlage bij de aangifte werd onder meer de winst op het melkquotum vermeld als onderdeel van de stakingswinst. De Inspecteur legde een voorlopige aanslag op waarbij hij afweek van de door belanghebbende verstrekte gegevens, omdat hij de berekening van de winst op het melkquotum niet juist achtte.
Na bezwaar werd de heffingsrente verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. In cassatie stelde belanghebbende dat alle relevante gegevens duidelijk in de aangifte waren vermeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat de gegevens niet zodanig duidelijk waren dat zij zonder nader onderzoek konden worden betrokken bij de aanslag.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin is bepaald dat alleen duidelijke en zonder nader onderzoek toegankelijke gegevens als ter beschikking gesteld kunnen worden beschouwd. De Hoge Raad verwerpt het beroep en wijst proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitspraak van het Hof dat de heffingsrente terecht is opgelegd.